Drie families, die met elkaar door huwelijksbanden verwant zijn, maken de gruwel van de Eerste Wereldoorlog in België elk op hun eigen manier mee. De kroniek speelt zich af tussen 4 augustus, datum van de Duitse inval, en 31 december 1914, het einde van het eerste oorlogsjaar. Het verhaal begint met het verlovingsfeest van Marie Braekman, dochter van baron Pierre, en Frits, zoon van autofabrikant Hans Marinus, en net uit de Belgische kolonie teruggekeerd.
Familie Braekman
Pierre baron Braekman, brouwer uit Rotselaar
Marie, dochter van Pierre en verloofde van Frits
Paul, zoon en dokter in Mechelen
Marie-Rose, zijn vrouw
Joseph, zoon en priester
Familie Goldberg
Michel, wapenfabrikant in Luik
Mathilde, vrouw van Michel
Lucas, zoon en officier in Luik, tweelingbroer van Martha
Hilda, vrouw van Lucas en dochter van Pruisische Freiherr
Fritzl en Michèle, kinderen van Lucas en Hilda
Martha, dochter en tweelingzus van Lucas, lid van de vrouwenbeweging in Brussel
Albrecht, broer van Hilda, soldaat in het Duitse leger
Familie Marinus
Hans, autofabrikant in Berchem bij Antwerpen
Frits, zoon en officier, verloofde van Marie
Sophie, vrouw van Hans en broer van Michel Goldberg uit Luik
Cees, zoon en oorlogsverslaggever